Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd voor het rijden met 4 km per uur te hard op de N65 buiten de bebouwde kom. Betrokkene voerde aan dat het voertuig was verhuurd ten tijde van de overtreding, maar kon dit niet met een huurovereenkomst bewijzen. De boete werd daarom terecht aan betrokkene als kentekenhouder opgelegd.
De officier van justitie had betrokkene niet in de gelegenheid gesteld om gehoord te worden, wat in strijd is met de wettelijke hoorplicht. Dit leidde tot vernietiging van de beslissing van de officier van justitie op het administratief beroep en matiging van de boete met 25% vanwege deze structurele schending.
Daarnaast was de redelijke termijn van behandeling overschreden met acht maanden, wat eveneens aanleiding gaf tot een extra matiging van 25%. De verhogingen bij de boete werden eveneens laten vervallen. De boete werd gematigd tot €14,62 plus €9 administratiekosten, en het teveel betaalde bedrag werd aan betrokkene terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep wordt gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete gematigd en de verhogingen vervallen.