Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het parkeren op een gehandicaptenparkeerplaats zonder een duidelijk zichtbare geldige gehandicaptenparkeerkaart op 31 juli 2023 om 16.16 uur aan de Julianastraat te Burgh-Haamstede. Betrokkene stelde dat het verkeersbord door overhangende takken en regenachtig weer onzichtbaar was, en dat de boete daarom niet redelijk was. Hij voegde een foto bij ter onderbouwing.
De officier van justitie stelde dat het bord op de foto’s duidelijk zichtbaar was en verzocht het beroep ongegrond te verklaren. De kantonrechter oordeelde dat de verklaring van de verbalisant en de foto’s voldoende bewijs vormen dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Het verweer van betrokkene gaf geen aanleiding tot twijfel aan de juistheid van de vaststelling.
De kantonrechter benadrukte dat een bestuurder te allen tijde verplicht is de geldende verkeerstekens tijdig waar te nemen en zich daaraan te houden. Het niet opmerken van het bord is voor eigen risico. De boete werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wegens parkeren zonder geldige gehandicaptenparkeerkaart wordt ongegrond verklaard.