Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het rijden in strijd met een geslotenverklaring (bord C2 RVV 1990) op de Oostambachtweg te Kapelle op 24 januari 2024. Betrokkene stelde dat de boete onredelijk was vanwege onduidelijke bebording op het moment van de overtreding.
De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond en de zaak werd behandeld door de kantonrechter op 3 juli 2025. Betrokkene was niet aanwezig bij de zitting. De kantonrechter baseerde zich op de verklaring van de verbalisant en concludeerde dat de overtreding vaststond en dat betrokkene de bebording had kunnen waarnemen.
De latere aanpassing van de bebording deed niet af aan de geldigheid van de boete. De kantonrechter oordeelde dat van een weggebruiker verwacht mag worden alert te zijn op veranderde verkeerssituaties. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de boete bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard en de boete blijft in stand.