Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het overschrijden van een doorgetrokken streep op de Rijksweg te Bruinisse op 20 juni 2023. Betrokkene stelde beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie, die het beroep ongegrond verklaarde. De kantonrechter behandelde het beroep op 3 juli 2025.
De kantonrechter stelde vast dat de gedraging waarvoor de boete werd opgelegd vaststaat en niet werd betwist. De verbalisant kon betrokkene niet staande houden omdat hij met een privévoertuig zonder stopmiddelen reed, waardoor er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De boete is daarom terecht aan de kentekenhouder opgelegd.
Wel werd de redelijke termijn van behandeling overschreden, aangezien de boete op 29 juni 2023 werd opgelegd en de procedure bij de officier van justitie en kantonrechter samen langer dan twee jaar duurde. Daarom werd de boete met 25% gematigd. Tevens werd een proceskostenvergoeding toegekend voor de fase waarin de termijn werd overschreden.
De officier van justitie werd opgedragen het te veel betaalde bedrag aan zekerheid terug te betalen. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter M.A.V. van Aardenne en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.