Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:5246

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
7 augustus 2025
Zaaknummer
11260770 MB VERZ 24-670
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens verlopen keuringsbewijs

Betrokkene kreeg een boete opgelegd omdat het keuringsbewijs van zijn voertuig op 20 juni 2023 was verlopen. Betrokkene voerde aan dat het voertuig een hobbyauto is, niet op de openbare weg was en dat de boete te hoog was. Ook gaf hij aan dat het voertuig op vrijdag was geschorst en hij maandag daarop de boete ontving. De officier van justitie stelde dat het de eigen verantwoordelijkheid van de kentekenhouder is om de keuring tijdig te regelen.

De kantonrechter stelde vast dat de overtreding vaststaat en de boete terecht is opgelegd. Wel achtte de rechter de omstandigheden aanleiding om de boete te matigen, mede omdat het voertuig al geschorst was toen de boete werd opgelegd. De boete werd daarom gehalveerd tot € 80,- plus administratiekosten.

De beslissing van de officier van justitie werd gewijzigd en het teveel betaalde bedrag moet aan betrokkene worden terugbetaald. Het beroep is daarmee gedeeltelijk gegrond verklaard. Betrokkene kan binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: Beroep gedeeltelijk gegrond verklaard en boete gematigd tot € 80,- plus administratiekosten.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
zaaknummer: 11260770 \ MB VERZ 24-670
CJIB-nummer: 1062 5422 5878 5037
uitspraakdatum: 3 juli 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 3 juli 2025. Namens de officier van justitie is verschenen mr. C.S. de Meer (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is ook verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: voor het motorrijtuig met een toegestane maximummassa van 3500 kg of minder heeft het keuringsbewijs geldigheid verloren geconstateerd door de RDW op 20 juni 2023 om 17.00 uur.
Betrokkene heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Het betreffende voertuig is niet op de openbare weg geweest. Het boetebedrag is veel te hoog voor de fout als je iets vergeet. Het voertuig is een hobby auto waarvan betrokkene er in totaal acht van heeft.
Ter zitting heeft betrokkene hieraan toegevoegd op vrijdag het voertuig te hebben geschorst en de maandag daarop een boete te hebben ontvangen. De afspraak voor de keuring werd elke keer verzet. Betrokkene heeft eenmaal eerder een boete hiervoor ontvangen maar dat was 20 jaar geleden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Een kentekenhouder heeft verplichtingen en een daarvan is het (tijdig) laten keuren van het voertuig. Het is een eigen verantwoordelijkheid de vervaldatum van het keuringsbewijs zelf in de gaten te houden. Op 26 juni 2023 is het voertuig geschorst. Dit maakt niet dat de boete onterecht is opgelegd. Er is geen reden tot matiging van het sanctiebedrag.

Overwegingen

De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht. Dit wordt ook niet betwist door betrokkene.
De boete is dus terecht opgelegd.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd wel aanleiding om de boete te matigen. Daarbij is van belang dat het voertuig al was geschorst en vervolgens een boete is ontvangen door betrokkene. Het is wel een eigen verantwoordelijkheid de vervaldatum van de keuring in de gaten te houden en tijdig een afspraak voor een keuring te maken. Als de keuring niet op tijd kan plaatsvinden is het mogelijk het voertuig (tijdelijk) te schorsen.
Met deze matiging van de sanctie wordt rekening gehouden met de overschrijding van de redelijke termijn.
De boete zal worden gematigd tot de helft.
Het beroep is gelet op de matiging gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.

Beslissing

De kantonrechter:
‒ verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
‒ wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 80,-, plus € 9,- administratiekosten;
‒ draagt de officier van justitie op het bedrag van € 80,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A.V. van Aardenne, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 3 juli 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: