ECLI:NL:RBZWB:2025:5520
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-beschikking niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en gebrek aan machtiging
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning in Tilburg en maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde vastgesteld op €266.000 per 1 januari 2022, alsmede tegen de daarop gebaseerde aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. Zowel belanghebbende als het bedrijf JUIST dienden afzonderlijk bezwaarschriften in. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar ongegrond en deed op 21 december 2023 uitspraak op bezwaar.
JUIST stelde namens belanghebbende beroep in tegen deze uitspraak, maar zonder dat belanghebbende hiervoor een machtiging had afgegeven. Belanghebbende trok dit beroepschrift later in en gaf aan zelf op te treden. Het eigen beroepschrift van belanghebbende werd echter pas op 8 juni 2024 ontvangen, ruim na de wettelijke termijn die op 12 maart 2024 eindigde.
De rechtbank oordeelt dat het door JUIST ingediende beroepschrift niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van een machtiging. Daarnaast is het eigen beroepschrift van belanghebbende te laat ingediend zonder verschoonbare omstandigheden. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Belanghebbende krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de WOZ-beschikking is niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding en het ontbreken van een machtiging voor vertegenwoordiging.