ECLI:NL:RBZWB:2025:5565
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking voorlopige voorziening wegens feitelijke voorziening
Verzoekster diende een verzoek om voorlopige voorziening in tegen het college van burgemeester en wethouders van Tilburg wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 15 april 2025. Zij maakte bezwaar tegen het niet tijdig beslissen en trok haar verzoek in nadat het college een feitelijke voorziening trof door het plaatsen van paaltjes bij de brandgang van haar woning, waardoor zij met haar scootmobiel toegang kreeg.
De voorzieningenrechter stelde het college in de gelegenheid te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling. Het college gaf aan dat met de te treffen voorziening geen besluit was genomen dat tegemoetkwam aan het bezwaar of de aanvraag van verzoekster. De voorzieningenrechter overwoog dat het college niet aan het verzoek om voorlopige voorziening was tegemoetgekomen, omdat het bezwaar tegen het niet tijdig beslissen sinds 1 oktober 2009 niet meer ontvankelijk is en de voorziening een feitelijke handeling betreft, geen besluit in de zin van de Awb.
De voorzieningenrechter wees het verzoek om proceskostenveroordeling af omdat de feitelijke voorziening niet gelijkstaat aan het treffen van een voorlopige voorziening zoals bedoeld in artikel 8:75a Awb. De uitspraak is zonder zitting gedaan en is definitief, hoger beroep of verzet is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen omdat het college geen besluit heeft genomen dat tegemoetkomt aan het verzoek om voorlopige voorziening.