ECLI:NL:RBZWB:2025:5640

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
21 augustus 2025
Publicatiedatum
21 augustus 2025
Zaaknummer
BRE 24/6256
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:24 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet indienen machtiging en gronden bij belastingaanslag 2021

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021. Het beroep is ingediend door een gesteld gemachtigde die echter geen machtiging heeft overgelegd waaruit blijkt dat hij bevoegd is om namens belanghebbende op te treden. Tevens zijn geen gronden voor het beroep ingediend.

De rechtbank heeft de gemachtigde meerdere malen verzocht om binnen gestelde termijnen het verzuim te herstellen. Ondanks uitstel en meerdere aanmaningen heeft de gemachtigde geen machtiging en gronden ingediend. Er is geen verontschuldiging voor het verzuim gegeven.

Op grond van artikel 8:54 Awb Pro verklaart de rechtbank het beroep daarom niet-ontvankelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van een machtiging en gronden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/6256

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende] , uit [plaats], belanghebbende

(gesteld gemachtigde: mr. A.F. van Keulen),
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 19 juli 2024. Het beroep ziet op de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2021 met aanslagnummer [BSN] .H16.01.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat gesteld gemachtigde geen machtiging en gronden heeft ingediend en dat verzuim niet tijdig heeft hersteld. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die namens een ander beroep instelt, moet op verzoek van de rechtbank een machtiging indienen om aan te tonen dat hij namens die ander beroep mag instellen. [1] Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [2]
Is een machtiging en gronden overgelegd?
4. Het beroepschrift is ingediend door gesteld gemachtigde. Hij vermeldt daarin dat hij de gemachtigde is van belanghebbende. Hij heeft bij het beroepschrift echter geen machtiging bijgevoegd waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om dit beroep in te stellen namens belanghebbende. Daarnaast heeft gesteld gemachtigde geen gronden ingediend. De rechtbank heeft hem in haar brief van 2 oktober 2024 verzocht om binnen vier weken dit verzuim te herstellen. Op 15 oktober 2024 heeft gesteld gemachtigde de rechtbank verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden. De griffier heeft op 15 oktober 2024 per aangetekend brief medegedeeld dat gesteld gemachtigde uitstel wordt verleend tot uiterlijk 29 november 2024. Uit de gegevens van Track-and-trace is gebleken dat deze brief gesteld gemachtigde niet heeft bereikt. Om die reden is een kopie van de brief nogmaals per aangetekend post naar gesteld gemachtigde gestuurd. In deze brief van 9 januari 2025 is gesteld gemachtigde in de mogelijkheid gesteld om tot uiterlijk 23 januari 2025 het verzuim te herstellen. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 10 januari 2025 om 08:45 uur is bezorgd en dat voor ontvangst is getekend. Gesteld gemachtigde heeft geen machtiging en gronden ingediend.
Is het niet tijdig indienen van een machtiging verontschuldigbaar?
5. Gesteld gemachtigde heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken. Uit het beroepschrift blijkt dat gesteld gemachtigde niet de bedoeling heeft voor zichzelf in beroep te komen.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.M. Rosta, griffier, op 21 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat in artikel 8:24, tweede lid, van de Awb.
2.Dit staat in artikel 6:6 van Pro de Awb.