ECLI:NL:RBZWB:2025:571
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen vergunning en handhavingsbesluit pad naast woning
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bestaand voetpad naast zijn woning en tegen de afwijzing van zijn handhavingsverzoek tegen dat pad. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg verleende op 14 juni 2024 de vergunning en wees het handhavingsverzoek op 13 juni 2024 af. Verzoeker maakte bezwaar, dat op 17 december 2024 ongegrond werd verklaard, waarna hij beroep instelde.
De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Verzoeker stelt overlast en vervelende ervaringen met buren als reden aan, maar deze situatie bestaat sinds 2008, terwijl verzoeker pas in 2016 de woning kocht. Verzoeker wil niet alleen schorsing van de vergunning, maar ook verwijdering of afsluiting van het pad, een zeer ingrijpende maatregel.
De voorzieningenrechter concludeert dat onvoldoende is toegelicht waarom de overlast nu zo urgent is dat niet kan worden gewacht op de uitspraak in de beroepsprocedure. Daarom ontbreekt het aan het vereiste spoedeisend belang en is het verzoek kennelijk ongegrond. Het verzoek wordt afgewezen zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.