ECLI:NL:RBZWB:2025:5740
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij dwangbevel inkomstenbelasting
Belanghebbende stelde beroep in tegen het dwangbevel voor de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015. De rechtbank beoordeelde het beroep zonder zitting en kwam tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is wegens het niet betalen van het griffierecht van €51,-, zoals vereist volgens artikel 8:41 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Belanghebbende voerde betalingsonmacht aan, maar kon dit niet voldoende onderbouwen. Ondanks meerdere verzoeken om nadere onderbouwing en het indienen van inkomens- en vermogensgegevens over 2022 en 2023, werd het beroep op betalingsonmacht afgewezen omdat het griffierecht in 2024 verschuldigd was. Postbezorging werd niet als verontschuldiging geaccepteerd omdat belanghebbende de griffienota op 1 februari 2025 had ontvangen.
De rechtbank concludeerde dat het niet betalen van het griffierecht niet verontschuldigbaar was en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk, waardoor het bestreden besluit in stand blijft. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.