ECLI:NL:RBZWB:2025:5789
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Rekestprocedure
- Hopmans
- Rechtspraak.nl
Vaststelling partneralimentatie na wijziging omstandigheden en beoordeling draagkracht
De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van de bewindvoerder namens de vrouw tot vaststelling van partneralimentatie van de man aan de vrouw. Partijen zijn gescheiden en hebben de Poolse nationaliteit, met verblijfplaats in Nederland, waardoor Nederlands recht van toepassing is.
De man stelde dat de vrouw samenwoonde met zijn broer, waardoor haar recht op partneralimentatie zou zijn vervallen, maar de rechtbank verwierp dit op grond van onvoldoende bewijs en restrictieve uitleg van artikel 1:160 BW Pro. De rechtbank erkende een gewijzigde omstandigheid door de toekenning van een uitkering aan de vrouw na de echtscheidingsbeschikking, wat aanleiding gaf tot herbeoordeling.
De behoefte van de vrouw werd berekend op basis van de hofnorm, waarbij het netto besteedbaar gezinsinkomen werd vastgesteld. De vrouw ontving een uitkering en had volgens de rechtbank een fictief verdienvermogen van circa €25.950 per jaar, omdat zij onvoldoende medische onderbouwing leverde voor arbeidsongeschiktheid. De draagkracht van de man werd berekend op €1.311 bruto per maand, waarbij een belastingschuld niet werd meegenomen als last.
De rechtbank stelde de partneralimentatie vast op €326 bruto per maand vanaf de datum van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking, wijzend het verzoek tot eerdere ingangsdatum af. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man moet vanaf inschrijving echtscheidingsbeschikking €326 bruto per maand partneralimentatie betalen aan de vrouw.