ECLI:NL:RBZWB:2025:5878

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
29 augustus 2025
Publicatiedatum
1 september 2025
Zaaknummer
BRE 24/5722
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet betalen griffierecht bij navorderingsaanslag

Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en stelt vast dat het griffierecht van €51,- niet is betaald. De griffier heeft belanghebbende meerdere keren aangetekend en per gewone brief gewezen op de betaling van het griffierecht, maar alle brieven zijn ongeopend retour ontvangen op het opgegeven adres.

Belanghebbende heeft geen geldige reden gegeven voor het niet betalen van het griffierecht. Volgens artikel 8:41 Awb Pro is betaling van griffierecht verplicht bij het instellen van beroep. Het niet betalen zonder verontschuldiging leidt tot niet-ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep daarom niet-ontvankelijk en beoordeelt het bestreden besluit niet inhoudelijk.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink en griffier R.M. Rosta op 29 augustus 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Belanghebbende kan binnen zes weken verzet instellen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht zonder verontschuldiging.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 24/5722

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 augustus 2025 in de zaak tussen

[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende

en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van belanghebbende tegen de bestreden uitspraak op bezwaar van de inspecteur van 17 juni 2024. Het beroep ziet op de navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015 met [aanslagnummer].
1.1.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is omdat het griffierecht niet is betaald en het niet betalen niet verontschuldigbaar is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
Toetsingskader
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb. In een zaak als deze is het griffierecht € 51,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank. Als het griffierecht niet of niet tijdig is betaald, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Dat is alleen anders als het niet of niet tijdig betalen van het griffierecht verontschuldigbaar is. Dat betekent dat er een goede reden moet zijn waarom het griffierecht niet (tijdig) is betaald.
Heeft belanghebbende het griffierecht tijdig betaald?
4. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekend verzonden brief van 29 oktober 2024 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De envelop waarin de aangetekende brief is verzonden, is op 2 december 2024 ongeopend terugontvangen met de vermelding “Retour – Ongeldig/incompleet adres”. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 6 december 2024 belanghebbende nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. De aangetekende brief van 6 december 2024 is op 23 januari 2025 wederom ongeopend ter griffie terugontvangen. Bij gewone brief van 24 januari 2025 is belanghebbende nogmaals gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat de termijn in de brief van 6 december 2024 niet opnieuw aanvangt. Op 31 januari 2025 is de brief van 24 januari 2025 wederom retour gekomen. Bij gewone brief van 31 januari 2025 is belanghebbende voor de laatste keer gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken na de datum van verzending van die brief moet zijn voldaan. De envelop waarin de gewone brief is verzonden, is op 14 maart 2025 ongeopend terugontvangen. De brieven zijn telkens verzonden aan het door belanghebbende opgegeven adres. Het komt voor risico van belanghebbende dat post naar dat adres hem kennelijk niet bereikt.
5. Belanghebbende heeft het griffierecht niet op tijd betaald.
Is het niet tijdig betalen verontschuldigbaar?
6. Belanghebbende heeft geen reden gegeven voor dit verzuim. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
R.M. Rosta, griffier, op 29 augustus 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.