Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
uitspraak van de voorzieningenrechter van 4 september 2025 in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker,
[vergunninghouder 1] en [vergunninghouder 2]uit [plaats] ,
Procesverloop
Beoordeling door de voorzieningenrechter
1. Feiten
2. Spoedeisend belang
De beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening hangende beroep af;
- draagt het college op het betaalde griffierecht van € 194,- aan verzoeker te vergoeden;
- veroordeelt het college in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 1.814,-;
- schorst het primaire besluit met toepassing van artikel 8:72, vijfde lid, van de Awb tot uiterlijk zes weken na de beslissing op bezwaar.