ECLI:NL:RBZWB:2025:5953
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde en aanslag OZB woning niet te hoog vastgesteld
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, die de heffingsambtenaar had vastgesteld op €408.000 per 1 januari 2023. De rechtbank beoordeelde of deze waarde en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) te hoog waren vastgesteld.
De heffingsambtenaar baseerde de waardebepaling op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie referentiewoningen in dezelfde straat. De rechtbank vond deze referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en oordeelde dat de heffingsambtenaar op juiste wijze rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen.
Belanghebbende stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met het eigen verkoopcijfer van de woning en verwees naar uitspraken van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch. De rechtbank verwierp deze argumenten omdat er voldoende vergelijkbare referentieobjecten beschikbaar waren en het tijdsverloop tussen aankoop en waardepeildatum een rol speelt.
De rechtbank concludeerde dat de WOZ-waarde niet te hoog was vastgesteld, verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde de aanslag OZB. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft gehandhaafd.