Uitspraak
1.[naam 1] ,
[naam 2],
[bedrijf 1] B.V.,
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De zaak betreft een geschil over de huur van een bedrijfsruimte tussen verhuurders en huurder. De huurovereenkomst is voor onbepaalde tijd en bevat algemene bepalingen uit 2003. De verhuurders vorderen betaling van achterstallige huur, servicekosten, indexering, een contractuele boete en incassokosten, alsmede ontruiming van het buitenterrein.
De huurder betwist de vorderingen en stelt een tegenvordering in tot schadevergoeding wegens vermeende beperkingen in het huurgenot. De kantonrechter verklaart de vorderingen van de verhuurders deels ontvankelijk en wijst deze toe, waarbij onder meer de specificaties van servicekosten en indexering als voldoende zijn beoordeeld. De stelling van fraude met meters wordt verworpen op basis van inspectierapporten en herstelverklaringen.
De vordering tot ontruiming van het buitenterrein wordt toegewezen omdat dit terrein niet tot het gehuurde behoort en de huurder geen verweer heeft gevoerd tegen de dwangsom. De tegenvordering tot schadevergoeding wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en gebrek aan causaal verband. De proceskosten worden grotendeels aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De vorderingen tot betaling van huur, servicekosten, indexering en ontruiming worden toegewezen; de tegenvordering tot schadevergoeding wordt afgewezen.