Op 23 mei 2024 bedreigde verdachte het slachtoffer door een vuurwapen op diens hoofd te richten en meerdere keren de trekker over te halen. Tevens had verdachte een verboden vuurwapen en munitie in bezit. De rechtbank achtte deze feiten wettig en overtuigend bewezen.
De poging tot zware mishandeling werd verworpen wegens onvoldoende bewijs dat het letsel ernstig genoeg was. Verdachte werd veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden maatregelen opgelegd, waaronder een contact- en locatieverbod voor twee jaar.
De benadeelde partij diende een schadevordering in van ruim €11.500, maar deze werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege late indiening en complexiteit, waardoor verdere behandeling een onevenredige belasting van het strafgeding zou opleveren. Het in beslag genomen mes werd onttrokken aan het verkeer. De rechtbank hield rekening met het strafblad van verdachte en een positief reclasseringsadvies, maar vond de daad onaanvaardbaar en veroordeelde hem overeenkomstig.