ECLI:NL:RBZWB:2025:6155
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op arbeidskorting bij ziektewetuitkering zonder dienstbetrekking
Belanghebbende ontving in 2022 een ziektewetuitkering van het UWV van €18.086 en claimde hiervoor arbeidskorting in haar aangifte inkomstenbelasting. De inspecteur kwalificeerde deze uitkering als loon uit vroegere dienstbetrekking, waardoor geen arbeidskorting werd toegekend. Belanghebbende stelde dat dit in strijd was met het gelijkheidsbeginsel, omdat werknemers met doorbetaling van loon bij ziekte wel arbeidskorting krijgen.
De rechtbank overwoog dat sinds 1 januari 2020 ziektewetuitkeringen alleen meetellen als zij betrekking hebben op een bestaande dienstbetrekking. De situatie van belanghebbende valt niet onder het overgangsrecht. Het onderscheid tussen doorbetaling van loon en een ZW-uitkering is wettelijk bepaald en niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel, mede vanwege het toetsingsverbod op grondwettelijk niveau.
Verder verwees de rechtbank naar een arrest van de Hoge Raad van november 2024 waarin werd geoordeeld dat WGA-uitkeringen niet gelijk zijn aan loon uit tegenwoordige dienstbetrekking en dat ongelijke behandeling gerechtvaardigd kan zijn. De rechtbank paste deze redenering toe en concludeerde dat de ZW-uitkering van belanghebbende geen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking is en dat er een objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat voor de ongelijke behandeling.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de aanslag en belastingrentebeschikking. Belanghebbende krijgt geen arbeidskorting en geen vergoeding van proceskosten. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat het onderscheid in de wetgever's beoordelingsvrijheid valt.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat belanghebbende geen recht heeft op arbeidskorting over de ziektewetuitkering.