ECLI:NL:RBZWB:2025:6262
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen aanslagen IB/PVV en Zvw 2021 inzake kosten pgb-zorg
Belanghebbende was in 2021 zorgverlener voor haar moeder en ontving een vergoeding uit het persoonsgebonden budget (pgb). Zij diende aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en zorgverzekeringswet (Zvw) in, waarbij zij kosten opvoerde die verband hielden met de zorgverlening. De inspecteur legde aanslagen op met correcties op de opgegeven kosten en verklaarde de bezwaren ongegrond.
De rechtbank beoordeelde de beroepsgronden en stelde vast dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde voor de aftrekbaarheid van de opgevoerde kosten, mede gezien de korte afstand tussen haar woning en die van haar moeder en het ontbreken van facturen of bankafschriften. De door de inspecteur toegestane kosten werden als redelijk beschouwd. Ook de aanslag Zvw werd niet te hoog geacht.
Belanghebbende verscheen niet op de zitting, maar was correct uitgenodigd. De rechtbank liet de stellingen over een mogelijke AVG-schending buiten beschouwing omdat zij daarover niet kan oordelen. De beroepen werden ongegrond verklaard, waardoor de aanslagen en belastingrente in stand blijven. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw 2021 worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven ongewijzigd.