ECLI:NL:RBZWB:2025:6263
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen aanslagen IB/PVV en Zvw 2020 inzake pgb-kosten en specifieke zorgkosten
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) en de aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (Zvw) over het jaar 2020. De inspecteur had de aftrek van kosten in verband met een persoonsgebonden budget (pgb) en specifieke zorgkosten volledig afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Tijdens de zitting op 7 augustus 2025 heeft belanghebbende nadere stukken ingediend, maar deze werden niet tot het onderzoek toegelaten wegens sluiting van het onderzoek. De rechtbank concludeert dat belanghebbende onvoldoende bewijs heeft geleverd, zoals bonnen of betaalbewijzen, om de gemaakte kosten aannemelijk te maken. Hierdoor is de afwijzing van de aftrekposten terecht.
Ook de aanslag Zvw is niet te hoog vastgesteld omdat het belastbaar inkomen uit werk en woning niet onjuist is vastgesteld. De rechtbank oordeelt verder dat er geen sprake is van een schending van het motiveringsbeginsel door de inspecteur. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wegens betalingsonmacht is eveneens afgewezen. De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen IB/PVV en Zvw 2020 worden ongegrond verklaard wegens onvoldoende onderbouwing van kosten en specifieke zorgkosten.