ECLI:NL:RBZWB:2025:6320
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken juiste machtiging bij WOZ-beschikking
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-beschikking 2025 voor een object aan een adres. Het beroep is ingediend door een gemachtigde zonder dat een juiste machtiging werd overgelegd. De rechtbank heeft de gemachtigde verzocht dit te herstellen, maar de overgelegde machtigingen waren niet van de bevoegd bestuurder volgens recente Kamer van Koophandel-uittreksels.
De rechtbank concludeert dat het verzuim niet tijdig is hersteld en dat geen verontschuldiging is gegeven. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk en wordt het niet inhoudelijk behandeld. Tevens wijst de rechtbank het verzoek om immateriële schadevergoeding af, omdat de gemachtigde niet bevoegd is om namens belanghebbende een dergelijk verzoek in te dienen.
De rechtbank besluit het beroep niet-ontvankelijk te verklaren en het verzoek om immateriële schadevergoeding af te wijzen. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter S.J. Willems-Ruesink op 19 september 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een juiste machtiging en het verzoek om immateriële schadevergoeding wordt afgewezen.