ECLI:NL:RBZWB:2025:6335
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde bungalow op groot perceel met bosgrond
Belanghebbende is eigenaar van een bungalow uit 1958 met een woonoppervlakte van 236 m² gelegen op een perceel van 3.460 m², waarvan circa de helft bosgrond is. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2023 vast op €594.000 en legde de aanslag OZB 2024 op. Belanghebbende betwistte de waarde en stelde dat deze te hoog was vastgesteld.
De rechtbank hanteerde het toetsingskader van artikel 17, tweede lid, Wet WOZ, waarbij de waarde wordt bepaald op basis van de prijs die een meestbiedende koper zou betalen bij een verkoop onder normale omstandigheden. De heffingsambtenaar gebruikte de vergelijkingsmethode met drie referentiewoningen die qua uitstraling, bouwjaar en oppervlakte vergelijkbaar zijn, hoewel het perceel van belanghebbende groter is en deels bosgrond betreft met een lage waarde per m².
De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen tussen de woningen, onder meer door correcties op onderdelen zoals garage en overkapping en door indexering naar de waardepeildatum. De door belanghebbende aangevoerde gebreken, zoals de staat van het dak en het lagere energielabel, zijn volgens de rechtbank adequaat meegenomen in de waardering. De stijging van de WOZ-waarde ten opzichte van voorgaande jaren of buurpanden is niet relevant voor de beoordeling.
Gelet op deze overwegingen is het beroep ongegrond verklaard, blijft de WOZ-waarde gehandhaafd en wordt het griffierecht niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €594.000 blijft gehandhaafd.