ECLI:NL:RBZWB:2025:6337
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing kostenvergoeding parkeerbelasting naheffingsaanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting die was opgelegd omdat zijn auto op 7 januari 2024 zonder betaling van parkeerbelasting was geparkeerd. De heffingsambtenaar vernietigde de naheffingsaanslag in bezwaar, maar wees het verzoek om een kostenvergoeding af. Belanghebbende stelde dat er sprake was van een aan de heffingsambtenaar te wijten onrechtmatigheid omdat twee naheffingsaanslagen binnen een uur werden opgelegd voor dezelfde parkeeractie.
De rechtbank overwoog dat de wettelijke regeling bepaalt dat per kalenderdag slechts één naheffingsaanslag mag worden opgelegd en dat dit in deze zaak is nageleefd, aangezien de naheffingsaanslagen op verschillende kalenderdagen zijn opgelegd. De tijdsduur tussen de controles is niet relevant voor het opleggen van naheffingsaanslagen over verschillende dagen.
De rechtbank concludeerde dat de vernietiging van de naheffingsaanslag uit coulance niet betekent dat het besluit onrechtmatig was. Daarom was het afwijzen van de kostenvergoeding terecht en werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende krijgt geen kostenvergoeding, geen griffierechtteruggave en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de afwijzing van een kostenvergoeding is ongegrond verklaard.