ECLI:NL:RBZWB:2025:6390
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzuimboete omzetbelasting derde kwartaal 2023 terecht opgelegd
Belanghebbende, een ondernemer voor de omzetbelasting, heeft een verzuimboete van €137 opgelegd gekregen wegens het niet tijdig indienen van de opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP) over het derde kwartaal van 2023. Hoewel belanghebbende een belastingadvieskantoor inschakelde voor het indienen van aangiften, werd de opgaaf ICP niet vóór de uiterste termijn van 31 oktober 2023 ingediend.
De inspecteur stuurde een herinneringsbrief aan het adres van belanghebbende, waarin werd verzocht de opgaaf vóór 7 december 2023 alsnog in te dienen. Deze brief is ontvangen, maar de opgaaf werd pas op 5 februari 2024 ingediend. Belanghebbende voerde aan dat de brief niet of niet tijdig was opgepakt door een medewerker van het belastingadvieskantoor, en dat de inspecteur de brief aan de gemachtigde had moeten sturen.
De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht de brief aan het adres van belanghebbende heeft gestuurd, aangezien belanghebbende zelf had gekozen voor dat toezendadres. Het enkele feit dat een gemachtigde ook aangiften indient, doet hier niet aan af. Verder is vastgesteld dat de opgaaf te laat is ingediend en dat belanghebbende onvoldoende heeft aangetoond dat zij alle zorgvuldigheid heeft betracht om tijdig te voldoen. De verzuimboete is daarom terecht en passend opgelegd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, de verzuimboete blijft in stand, en belanghebbende krijgt geen teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank handhaaft de verzuimboete wegens te late indiening van de opgaaf intracommunautaire prestaties.