ECLI:NL:RBZWB:2025:6446
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroepen tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2015 en 2018
Belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) voor de jaren 2015 en 2018. De inspecteur verklaarde de bezwaren tegen de aanslagen 2018 niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van gronden en wees het bezwaar tegen de aanslag 2015 ongegrond.
De rechtbank oordeelt dat de niet-ontvankelijkheid van de bezwaren 2018 terecht is, omdat belanghebbenden geen gronden hebben ingediend ondanks herhaalde verzoeken en uitstelmogelijkheden. Tevens is geen sprake van schending van het hoorrecht, ondanks dat meneer niet is gehoord, omdat hij herhaaldelijk is uitgenodigd en zelf verzocht om verplaatsing.
De rechtbank beoordeelt verder dat de aanslag 2015 niet te hoog is vastgesteld. Meneer heeft onvoldoende bewijs geleverd voor aftrek van specifieke zorgkosten en weekenduitgaven voor zijn gehandicapte broer. De stukken zijn niet inzichtelijk gekoppeld aan de gestelde uitgaven. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen IB/PVV 2015 en 2018 worden ongegrond verklaard en de aanslagen blijven in stand.