ECLI:NL:RBZWB:2025:6469
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoofdverblijfcriterium voor verlaagd tarief overdrachtsbelasting bij appartementsrecht
Belanghebbende kocht op 28 april 2023 een appartementsrecht dat op 7 juni 2023 werd geleverd. Hij woonde daarvoor bij zijn ouders en had de intentie de woning langer dan zes maanden als hoofdverblijf te gebruiken. Kort na aankoop ontmoette hij zijn partner en zette hij de woning in september 2023 te koop.
Belanghebbende schreef zich op 25 juli 2023 in op het adres van de woning en zette zijn internet- en televisieabonnementen stop. Hij schreef zich later uit en in op het adres van zijn partner. De woning werd op 8 januari 2024 geleverd aan een nieuwe eigenaar. Belanghebbende kocht samen met zijn partner een nieuwe woning die in februari 2024 werd geleverd.
De inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op tegen het algemene tarief van 10,4%, omdat het hoofdverblijfcriterium niet was voldaan. Belanghebbende voerde aan dat hij de woning meer dan zes maanden als hoofdverblijf gebruikte en bracht verklaringen en foto’s in. De rechtbank achtte deze onvoldoende om het anders dan tijdelijk gebruik aannemelijk te maken, mede gezien het lage energieverbruik en de verklaring dat hij contracten wilde stopzetten.
Ook het argument van onvoorziene omstandigheden vanwege het ontmoeten van zijn partner werd verworpen. De rechtbank concludeert dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: De naheffingsaanslag overdrachtsbelasting tegen het algemene tarief wordt gehandhaafd omdat het hoofdverblijfcriterium niet is voldaan.