ECLI:NL:RBZWB:2025:6471
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aanslag erfbelasting niet te hoog vastgesteld ondanks bezwaar belanghebbende
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een aanslag erfbelasting die was opgelegd naar aanleiding van de nalatenschap van zijn tante, die op 11 juli 2023 overleed. De aanslag was gebaseerd op een verkrijging van €32.728, conform de aangifte erfbelasting die namens de erfgenamen was ingediend. Belanghebbende stelde dat hij slechts €30.000 had ontvangen en dat de aanslag daardoor te hoog was.
De rechtbank overwoog dat de inspecteur de aanslag terecht had vastgesteld op basis van de ingediende aangifte, omdat er geen andere informatie over de waarde van de nalatenschap bekend was. Belanghebbende kon niet aantonen dat er kosten waren gemaakt die van de nalatenschapswaarde afgetrokken konden worden, waardoor de aanslag niet kon worden verminderd.
Daarnaast wees de rechtbank het beroep af dat de aanslag vernietigd moest worden wegens overschrijding van de beslistermijn in bezwaar. De overschrijding maakte de aanslag niet onrechtmatig. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de aanslag bleef staan en belanghebbende geen griffierecht of proceskostenvergoeding kreeg.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag erfbelasting blijft ongewijzigd.