ECLI:NL:RBZWB:2025:6480
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens correcte CO2-uitstoot en toekenning immateriële schadevergoeding
Belanghebbende diende op 17 april 2023 aangifte in voor de registratie van een Dodge Challenger Coupé en betaalde daarbij BPM van € 1.593. De inspecteur legde een naheffingsaanslag van € 7.713 op, gebaseerd op een forfaitaire afschrijving en een CO2-uitstoot van 308 gr/km. Na een hertaxatie door Domeinen Roerende Zaken stelde de inspecteur de verschuldigde BPM vast op € 9.306.
Belanghebbende voerde beroep aan tegen deze naheffingsaanslag, onder meer met het verweer dat de herleidingsmethode niet toepasbaar was en dat het mandaatverbod mogelijk was geschonden. De rechtbank verwierp het beroep op de herleidingsmethode, maar oordeelde dat de naheffingsaanslag te hoog was omdat de juiste CO2-uitstoot 307 gr/km bedroeg, zoals later door de RDW was vastgesteld.
De rechtbank stelde de bruto BPM vast op € 67.657 met een afschrijvingspercentage van 86,332%, wat resulteerde in een verschuldigde BPM van € 9.247. Na verrekening van het reeds betaalde bedrag werd de naheffingsaanslag verminderd tot € 7.654. Tevens kende de rechtbank belanghebbende een immateriële schadevergoeding van € 500 toe wegens overschrijding van de redelijke termijn van twee jaar.
Daarnaast werd de proceskostenvergoeding vastgesteld op € 1.747,50, waarbij de rechtbank de vergoeding matigde vanwege het feit dat de inspecteur aanvankelijk niet verantwoordelijk was voor de fout in de CO2-uitstoot. De inspecteur werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 184. De uitspraak vernietigde de eerdere uitspraak op bezwaar en verklaarde het beroep gegrond.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 7.654 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 500.