Conclusie
1.Inleiding
2.Juridisch kader
Wettelijk systeem bij registratie van nieuwe of gebruikte voertuigen
nieuw, dan moet hij als
gebruiktworden aangemerkt.
reële waardedalingvan het desbetreffende voertuig. [9]
X [19] uiteengezet hoe dit moet worden beoordeeld:
nieteen percentage afgeschreven van het daadwerkelijk belastingbedrag na toepassing van art. 8(5) Uitv.reg. BPM. In plaats daarvan wordt afgeschreven op het ‘bruto bpm-bedrag’, oftewel het verschuldigde bedrag op basis van art. 9 Wet Pro BPM, zonder toepassing van de afschrijving voor gebruikte motorvoertuigen. [35] Ik illustreer dit aan de hand van een tweede voorbeeld dat vergelijkbaar is met het eerste.
3.De herleidingsmethode
herleidtdeze methode het verschuldigde bpm-bedrag aan de hand van gegevens uit het
kentekenregister.
4.Beoordeling van de methode
wordt geachtop een in Nederland geregistreerd voertuig te rusten. De Hoge Raad heeft dit expliciet beslist in zijn arrest van 25 maart 2022, 19/04950. [60] Toegegeven zij dat de tweede zin van rechtsoverweging 3.4 van dat arrest, in het bijzonder de woorden “de bpm die wordt geacht nog op een in Nederland geregistreerde personenauto te rusten” zou kunnen suggereren dat dit btw-bedrag gelijk is aan de rest-bpm die is vervat in gelijksoortige, reeds in die lidstaat geregistreerde, voertuigen. [61] Ik meen evenwel dat dit fictieve bpm-bedrag niet een zodanig nauwkeurige weergave is van de nog op een voertuig rustende bpm, dat dit teruggaafbedrag kan worden ingebracht ter onderbouwing van een lagere bpm-heffing ter zake van de registratie van een soortgelijk voertuig.
slechtsafschrijving volgens een forfaitair percentage mogelijk is, doorgaans niet voldoen aan de vereisten van art. 110 VWEU Pro. [62]