ECLI:NL:RBZWB:2025:6483
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag BPM wegens onjuiste waardering en toekenning schadevergoeding
Belanghebbende B.V. heeft beroep ingesteld tegen een naheffingsaanslag BPM van € 6.738 en een belastingrentebeschikking van € 38. De rechtbank oordeelt dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd, maar tot een te hoog bedrag. De herleidingsmethode is niet toepasbaar en er is geen sprake van waardevermindering door schade of schadeverleden, omdat belanghebbende dit onvoldoende heeft onderbouwd.
De rechtbank stelt vast dat de historische nieuwprijs moet worden vastgesteld op € 114.646, wat leidt tot een verschuldigde BPM van € 15.550. Na verrekening van de reeds betaalde € 9.112 wordt de naheffingsaanslag verminderd tot € 6.438. Tevens vernietigt de rechtbank de belastingrentebeschikking.
Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met circa vijf maanden kent de rechtbank een immateriële schadevergoeding van € 500 toe aan belanghebbende. Daarnaast moet de inspecteur het griffierecht en proceskosten van in totaal € 3.473 vergoeden. Het beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Uitkomst: De naheffingsaanslag BPM wordt verminderd tot € 6.438 en belanghebbende ontvangt een immateriële schadevergoeding van € 500.