ECLI:NL:RBZWB:2025:654
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag onroerendezaakbelasting gemeente Drimmelen
Belanghebbende is eigenaar van een tussenwoning uit 1979 te Drimmelen. De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van deze woning op 1 januari 2022 vast op €356.000, waarop de aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023 is gebaseerd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze waarde, dat door de heffingsambtenaar ongegrond werd verklaard, waarna beroep werd ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank toetst of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld aan de hand van de vergelijkingsmethode, waarbij de waarde wordt bepaald door vergelijking met referentiewoningen die qua type, ligging, bouwjaar en uitstraling voldoende vergelijkbaar zijn. De heffingsambtenaar gebruikte drie referentiewoningen in de nabijheid, die recentelijk rondom de waardepeildatum zijn verkocht.
De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen passend zijn en dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe rekening is gehouden met verschillen tussen de woningen, onder meer door afzonderlijke waardering van onderdelen zoals een dakkapel en garage. De KOUDV-factoren zijn in beroep anders beoordeeld dan in bezwaar, maar dit is toegestaan en leidt niet tot een te hoge waardering. Een door belanghebbende aangevoerde vergelijkbare woning met een lagere waarde is niet als referentie gebruikt, maar ook als die wordt meegewogen, blijft de vastgestelde waarde niet te hoog.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de WOZ-waarde en de aanslag OZB en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde en aanslag OZB.