ECLI:NL:RBZWB:2025:668
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor het niet doen van aangifte omzetbelasting over vierde kwartaal 2023
Belanghebbende, ondernemer voor de omzetbelasting, heeft geen aangifte gedaan over het tijdvak van 1 oktober 2023 tot en met 31 december 2023. De inspecteur legde daarom een naheffingsaanslag en twee boetes op, waarvan de boete wegens het niet doen van aangifte gehandhaafd bleef na bezwaar.
Belanghebbende stelde dat zij deelnam aan de kleineondernemersregeling (KOR) en daarom geen aangifte hoefde te doen. De inspecteur stelde echter dat er geen verzoek tot toepassing van de KOR bij de belastingdienst bekend was en stuurde een brief waarin belanghebbende werd gewezen op haar aangifteplicht.
De rechtbank oordeelt dat de boete terecht is opgelegd omdat opzet of schuld niet vereist is voor een verzuimboete, en belanghebbende geen feiten heeft aangevoerd die wijzen op afwezigheid van schuld. De hoogte van de boete van €68 wordt passend en niet disproportioneel geacht. Het beroep wordt ongegrond verklaard, de boete blijft in stand en belanghebbende krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De boete van €68 wegens het niet doen van aangifte omzetbelasting wordt gehandhaafd.