Belanghebbende heeft bij de Belastingdienst verzoeken tot teruggaaf van BPM ingediend voor twee auto's wegens export, waarbij hij tevens om verklaringen 'nieuw en ongebruikt' verzocht. De inspecteur heeft op enkele verzoeken al eerder gereageerd, maar belanghebbende stelde dat er niet tijdig was beslist en diende beroepen in wegens niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat de brief van 28 februari 2019 moet worden gezien als een beslissing op het verzoek tot teruggaaf BPM voor auto 1, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. Voor auto 2 acht de rechtbank aannemelijk dat het verzoek tot teruggaaf op 21 maart 2019 is verzonden en ontvangen, maar de inspecteur heeft hierop niet tijdig beslist. De rechtbank verklaart ook dit beroep niet-ontvankelijk omdat de inspecteur inmiddels op het verzoek heeft beslist en draagt op het beroep als bezwaarschrift te behandelen.
De rechtbank wijst erop dat verzoeken om ambtshalve vermindering niet per e-mail kunnen worden ingediend en verklaart de beroepen daarop eveneens niet-ontvankelijk. Tot slot bepaalt de rechtbank dat de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden, maar dat geen proceskosten worden toegekend.