ECLI:NL:RBZWB:2025:6890

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
10 oktober 2025
Publicatiedatum
10 oktober 2025
Zaaknummer
BRE 22/4244
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep erfbelasting wegens machtiging

Deze uitspraak betreft het verzet van de erfgenamen tegen de uitspraak van 15 september 2023, waarin het beroep op een erfbelastingaanslag niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.

De rechtbank stelde vast dat de aanslag was opgelegd aan een inmiddels overleden belanghebbende, waardoor de erfgenamen als belanghebbenden in de procedure zijn getreden. De gemachtigde, die tevens enig erfgenaam en executeur is, had geen machtiging overgelegd bij het beroepschrift. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat dit een gebrek was.

In het verzet werd aangevoerd dat de gemachtigde namens zichzelf procedeert en daarom geen machtiging nodig heeft. De rechtbank concludeert dat deze beoordeling onterecht was, aangezien de gemachtigde als enige erfgenaam en executeur bevoegd is om namens de nalatenschap op te treden zonder aanvullende machtiging.

Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak komt te vervallen en de procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van die uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de procedure wordt hervat zonder dat een machtiging vereist is van de enige erfgenaam en executeur.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Belastingrecht
zaaknummer: BRE 22/4244

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 oktober 2025 op het verzet van

erven van [belanghebbende], belanghebbende

tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 in het geding tussen
belanghebbende
en

de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur.

Inleiding

1. Deze uitspraak op het verzet van belanghebbende gaat over de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 waarin de rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep ziet op de aanslag erfbelasting met [aanslagnummer].
1.1.
Belanghebbende heeft niet verzocht om op een zitting te worden gehoord.

Beoordeling door de rechtbank

Vooraf
2. De rechtbank heeft geconstateerd dat de genoemde belanghebbende (erven van [erflater]) in de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 onjuist is. Uit de door de inspecteur overgelegde informatie blijkt dat de aanslag is opgelegd aan [belanghebbende]. Zij is op 23 januari 2022 overleden. Dit maakt de erven van [belanghebbende] belanghebbende bij deze beroepsprocedure.
Overwegingen
3. De rechtbank beoordeelt in deze uitspraak uitsluitend of in de uitspraak van 15 september 2023 terecht is geoordeeld dat buiten redelijke twijfel [1] is dat het beroep niet-ontvankelijk is, omdat [naam] geen machtiging heeft overgelegd. Zij doet dit aan de hand van de gronden van het verzet.
3.1.
[naam] heeft beroep ingesteld inzake de aanslag erfbelasting die is opgelegd aan [belanghebbende] in verband met de nalatenschap van [erflater]. Bij het beroepschrift is geen schriftelijke machtiging meegestuurd. Ook is bij het beroepschrift geen verklaring van erfrecht overgelegd. [naam] voert in verzet aan dat hij namens zichzelf procedeert en daarom geen machtiging nodig heeft.
3.2.
De inspecteur heeft op verzoek van de rechtbank in verzet het bezwaarschrift en de aanslag erfbelasting overgelegd. [naam] heeft bezwaar gemaakt onder verwijzing naar de bij het bezwaarschrift gevoegde aanslag. Deze aanslag ziet op [belanghebbende] met [aanslagnummer].
3.3.
[naam] heeft op verzoek van de rechtbank in verzet een akte van erfopvolging ingediend. In de akte van erfopvolging is gemachtigde genoemd als enige en algehele erfgenaam en executeur van de nalatenschap van [belanghebbende].
3.4.
De rechtbank stelt vast dat [naam] namens [belanghebbende] bezwaar heeft gemaakt. Zij is gedurende de bezwaarprocedure overleden. Als uitgangspunt geldt dat de erfgenamen van [belanghebbende] gezamenlijk verder kunnen procederen. In dat geval dient een machtiging namens alle erfgenamen te worden overgelegd, tenzij er sprake is van één erfgenaam of executeur. [naam] is enig erfgenaam en executeur van de nalatenschap van [belanghebbende]. De rechtbank heeft in de uitspraak van 15 september 2023 daarom onterecht geoordeeld dat [naam] een machtiging diende te overleggen. Het verzet is gegrond.

Conclusie en gevolgen

4. Uit de beoordeling van de gronden van verzet volgt dat de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2023 niet in stand kan blijven. Het verzet is gegrond. Dat betekent dat de uitspraak komt te vervallen en de rechtbank het onderzoek in de zaak hervat in de stand waarin die zich bevond ten tijde van die uitspraak.
4.1.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet gegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. S.J. Willems-Ruesink, rechter, in aanwezigheid van
mr. W. Dekkers, griffier, op 10 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De griffier, De rechter,
Deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst en wordt aan de partij die niet digitaal procedeert aangetekend per post verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).