ECLI:NL:RBZWB:2025:6890
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzet gegrond tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep erfbelasting wegens machtiging
Deze uitspraak betreft het verzet van de erfgenamen tegen de uitspraak van 15 september 2023, waarin het beroep op een erfbelastingaanslag niet-ontvankelijk werd verklaard wegens het ontbreken van een machtiging.
De rechtbank stelde vast dat de aanslag was opgelegd aan een inmiddels overleden belanghebbende, waardoor de erfgenamen als belanghebbenden in de procedure zijn getreden. De gemachtigde, die tevens enig erfgenaam en executeur is, had geen machtiging overgelegd bij het beroepschrift. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat dit een gebrek was.
In het verzet werd aangevoerd dat de gemachtigde namens zichzelf procedeert en daarom geen machtiging nodig heeft. De rechtbank concludeert dat deze beoordeling onterecht was, aangezien de gemachtigde als enige erfgenaam en executeur bevoegd is om namens de nalatenschap op te treden zonder aanvullende machtiging.
Het verzet wordt daarom gegrond verklaard, de eerdere uitspraak komt te vervallen en de procedure wordt hervat in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van die uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzet wordt gegrond verklaard en de procedure wordt hervat zonder dat een machtiging vereist is van de enige erfgenaam en executeur.