De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 13 oktober 2025 uitspraak gedaan in de ontnemingszaak tegen betrokkene, die eerder is veroordeeld voor handel in 59 kilogram cocaïne, het telen van hennep en witwassen. De officier van justitie vorderde aanvankelijk een ontnemingsbedrag van €565.863,79, later gematigd tot €453.863,79. De verdediging betwistte de hoogte en stelde dat betrokkene slechts beperkte commissies had ontvangen.
De rechtbank baseerde haar oordeel op het vonnis in de hoofdzaak en een rapport van de politie over het wederrechtelijk verkregen voordeel. Voor de hennepkwekerij werd een voordeel van €95.884,59 berekend, waarvan de rechtbank de helft toerekende aan betrokkene, namelijk €47.942,29. Voor de verkoop van cocaïne werd uitgegaan van een voordeel van €2.000 per kilo, totaal €118.000. Het geldbedrag van €95.000,- dat betrokkene heeft opgehaald, werd eveneens als wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld.
De rechtbank sloot betalingen voor huur van een garagebox en een Audi uit om dubbeltelling te voorkomen. Uiteindelijk stelde de rechtbank het ontnemingsbedrag vast op €260.942,29 en legde betrokkene de verplichting op dit bedrag aan de staat te betalen. Tevens werd de gijzelingstermijn bij niet-betaling vastgesteld op 1.080 dagen.