ECLI:NL:RBZWB:2025:6998

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
16 oktober 2025
Publicatiedatum
16 oktober 2025
Zaaknummer
24/7628
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:12 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens besluit na beroep tegen niet tijdig beslissen

Eiser heeft op 13 september 2024 een aanvraag ingediend waarop de staatssecretaris niet tijdig heeft beslist. Eiser stelde op 2 november 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Tijdens de procedure nam de staatssecretaris op 14 november 2024 alsnog een besluit. Hierdoor verloor eiser het procesbelang bij het beroep, aangezien het doel van het beroep – het verkrijgen van een besluit – inmiddels was bereikt.

De rechtbank oordeelt dat het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk is. Tevens bepaalt de rechtbank dat de staatssecretaris het betaalde griffierecht van €187,- aan eiser moet vergoeden, omdat het beroep door het genomen besluit overbodig is geworden.

De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 16 oktober 2025, na een regiezitting op 5 juni 2025 en zonder nadere zitting. Partijen hebben ingestemd met een uitspraak zonder verdere mondelinge behandeling.

Eiser kan tegen deze uitspraak binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de staatssecretaris na het instellen van het beroep alsnog een besluit heeft genomen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 24/7628

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 oktober 2025 in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser
en

de Staatssecretaris van Financiën, de staatssecretaris.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiser heeft ingesteld, omdat de staatssecretaris volgens hem niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 13 september 2024.
1.1.
Op 5 juni 2025 heeft een regiezitting plaatsgevonden waarbij met partijen onder meer gesproken is over het grote aantal beroepen niet tijdig beslissen dat door eiser is ingediend. Hieraan hebben deelgenomen: eiser en mr. R.P. Vaarnold, de gemachtigde van de staatssecretaris.
1.2.
Bij brief van 7 augustus 2025 heeft de staatssecretaris de rechtbank verzocht om in dit beroep zonder nadere zitting uitspraak te doen. Eiser heeft hiervoor ook toestemming gegeven.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
3. Eiser heeft op 2 november 2024 beroep ingesteld. Dit beroep is ontvangen door de rechtbank op 5 november 2024. De rechtbank stelt vast dat de staatssecretaris na het instellen van het beroep – op 14 november 2024 – alsnog een besluit heeft genomen. Eiser heeft geen procesbelang meer bij het besluit. Dit houdt in dat eiser, nu er een besluit is genomen, geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek.
3.1.
Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Omdat het besluit genomen is na het instellen van het beroep moet de staatssecretaris het griffierecht aan eiser vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van drs. A. Lemaire, griffier, op 16 oktober 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.