Eiser diende op 27 mei 2024 een verzoek in op grond van de Wet open overheid (Woo). De staatssecretaris had uiterlijk op 24 juni 2024 moeten beslissen, maar heeft dit niet gedaan. Eiser stelde de staatssecretaris op 6 augustus 2024 in gebreke en startte vervolgens een beroep bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De staatssecretaris wordt opgedragen binnen zes weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen, waarbij rekening is gehouden met de vele Woo-verzoeken die eiser heeft ingediend. Voor elke dag dat de staatssecretaris de termijn overschrijdt, wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €15.000.
Daarnaast moet de staatssecretaris het griffierecht van €187 aan eiser vergoeden. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en verklaart het beroep zonder zitting gegrond. Partijen worden geïnformeerd over de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.