ECLI:NL:RBZWB:2025:7007
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenveroordeling na intrekking beroep WOO-besluit
Verzoeker had beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van de staatssecretaris van Financiën op zijn WOO-verzoek. Nadat de staatssecretaris alsnog op 5 november 2024 een besluit nam, trok verzoeker zijn beroep in. Verzoeker vroeg vervolgens om een proceskostenveroordeling van de staatssecretaris.
De rechtbank oordeelt dat hoewel de staatssecretaris aan verzoeker is tegemoetgekomen door alsnog een besluit te nemen, er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling. Dit omdat het beroepschrift niet is ingediend door een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent en er geen proceskosten zijn gebleken die voor vergoeding in aanmerking komen volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De rechtbank wijst het verzoek om proceskostenvergoeding dan ook als kennelijk ongegrond af, maar benadrukt dat de staatssecretaris verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van €187,- te vergoeden. Verzoeker wordt geadviseerd zich hiervoor tot de staatssecretaris te wenden.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenveroordeling wordt afgewezen, maar de griffierechtvergoeding van €187,- moet worden vergoed.