ECLI:NL:RBZWB:2025:704
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag nabestaandenuitkering op grond van arbeidsongeschiktheid
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (Anw) na het overlijden van haar echtgenoot. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat uit het onderzoek van het UWV bleek dat eiseres op de peildatum minder dan 45% arbeidsongeschikt was. De rechtbank beoordeelde de medische en arbeidskundige rapportages, waaronder een aanvullende rapportage van een verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b).
De medische beoordeling toonde beperkingen aan, maar niet in die mate dat eiseres meer dan 45% arbeidsongeschikt was. De verzekeringsarts b&b nam alle relevante medische informatie mee en concludeerde dat de beperkingen juist waren vastgesteld, ook na aanvullende rapportage. De arbeidskundige beoordeling bevestigde dat eiseres meer dan 55% van het maatmaninkomen kon verdienen.
Hoewel er aanvankelijk sprake was van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, is dit met de aanvullende rapportage hersteld. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet meer beperkingen kon aannemen en dat het beroep ongegrond is. De Svb wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een nabestaandenuitkering wordt ongegrond verklaard.