ECLI:NL:RBZWB:2025:7122
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op hogere tegemoetkoming kindregeling Wet hersteloperatie toeslagen
De zaak betreft een beroep van een kind van een gedupeerde ouder tegen de hoogte van de toegekende tegemoetkoming van €10.000,- op grond van de kindregeling binnen de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De Dienst Toeslagen handhaafde het besluit dat het maximale forfaitaire bedrag is toegekend.
De rechtbank overweegt dat de Wht dwingendrechtelijk is en geen ruimte laat voor afwijking van de vastgestelde bedragen. Een contra-legem toetsing wordt verworpen omdat de wetgever expliciet heeft gekozen de schade niet te compenseren, maar een vaste tegemoetkoming te bieden als erkenning en steun.
Het beroep op de hardheidsclausule wordt afgewezen omdat deze niet ziet op de hoogte van de tegemoetkoming. Ook het verzoek om schadevergoeding op grond van bestuursrechtelijke bepalingen wordt afgewezen vanwege de beperkte bevoegdheid van de bestuursrechter en het feit dat het beroep ongegrond is verklaard.
De rechtbank wijst erop dat compensatie voor werkelijk geleden schade kan worden aangevraagd bij de Commissie Werkelijke Schade en dat kinderen ondersteuning kunnen aanvragen bij gemeenten. Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de tegemoetkoming wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.