ECLI:NL:RBZWB:2025:724
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen UWV over herbeoordeling WIA-uitkering kennelijk niet-ontvankelijk wegens onredelijke termijnoverschrijding
Eiseres heeft op 19 april 2022 een aanvraag tot herbeoordeling van een WIA-uitkering ingediend bij het UWV. Het UWV bevestigde de ontvangst en gaf aan dat herbeoordeling was uitgesteld door onvoorziene omstandigheden. Na het uitblijven van een besluit stuurde eiseres op 23 juni 2022 een ingebrekestelling. Het UWV ontving deze en gaf op 30 augustus 2022 een dwangsombeschikking af.
Ondanks meerdere contactmomenten met het UWV, waarvan concrete data in juni 2024 en 11 november 2024, stelde eiseres pas op 12 november 2024 beroep in tegen het uitblijven van een besluit. De rechtbank oordeelt dat dit beroep meer dan twee jaar na de ingebrekestelling is ingediend, wat onredelijk laat is.
Verder bleek dat het UWV op 18 januari 2023 een besluit had genomen op een soortgelijk verzoek van de werknemer, dat ook aan eiseres was toegezonden. Eiseres had toen moeten beseffen dat het UWV mogelijk geen besluit meer zou nemen op haar aanvraag en had moeten aandringen op een besluit. Het uitblijven van actie gedurende anderhalf jaar versterkt de conclusie van onredelijke termijnoverschrijding.
De rechtbank verklaart het beroep daarom kennelijk niet-ontvankelijk en beoordeelt het niet inhoudelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens onredelijk late indiening.