ECLI:NL:RBZWB:2025:7256
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen WOZ-waarde woning en OZB-aanslag
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen de WOZ-waarde van zijn woning, vastgesteld op 1 januari 2022 op €573.000, en de daarmee samenhangende aanslag onroerendezaakbelasting (OZB) voor 2023. De heffingsambtenaar van de gemeente Drimmelen heeft het bezwaar ongegrond verklaard en de rechtbank heeft het beroep op 16 september 2025 behandeld.
De rechtbank heeft beoordeeld of de WOZ-waarde te hoog is vastgesteld. De waarde is bepaald met de vergelijkingsmethode, waarbij referentiewoningen in dezelfde plaats en met vergelijkbare kenmerken zijn gebruikt. De taxatiematrix, opgesteld door een taxateur, onderbouwt een getaxeerde waarde van €583.000, waaruit de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van €573.000 heeft afgeleid.
Belanghebbende heeft de bruikbaarheid van de referentiewoningen niet bestreden, hoewel hij stelde dat zijn woning in een andere wijk ligt. De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de gehanteerde KOUDV-factoren en waarderingswijzigingen in bezwaar en beroep niet onjuist zijn. De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde en OZB-aanslag wordt ongegrond verklaard en de vastgestelde waarde van €573.000 blijft gehandhaafd.