ECLI:NL:RBZWB:2025:7428
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van beroepen wegens te late indiening tegen invorderingskosten motorrijtuigenbelasting
Belanghebbende heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de ontvanger van de Belastingdienst betreffende invorderingskosten voor motorrijtuigenbelasting. De rechtbank beoordeelt dat de beroepschriften te laat zijn ingediend, namelijk na het verstrijken van de zeswekentermijn die op 15 november 2024 eindigde.
Er is geen sprake van een verontschuldiging voor deze termijnoverschrijding. De rechtbank stelt vast dat belanghebbende geen redenen heeft aangevoerd die het te laat indienen kunnen rechtvaardigen en acht ook geen geringe verwijtbaarheid aanwezig. Hierdoor zijn de beroepen kennelijk niet-ontvankelijk.
Daarnaast merkt de rechtbank op dat belanghebbende ook gronden heeft aangevoerd tegen opgelegde boetes waarvoor geen uitspraak op bezwaar is overgelegd, zodat deze gronden buiten beschouwing blijven. De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk en laat de bestreden besluiten in stand zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn zonder verontschuldiging.