ECLI:NL:RBZWB:2025:7511
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening IVA-uitkering niet onevenredig
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de hoogte van het vastgestelde dagloon voor haar IVA-uitkering, omdat zij vindt dat het dagloon niet representatief is voor haar werkelijke inkomsten en toekomstige verdiencapaciteit. Zij stelt dat haar dagloon gebaseerd is op een bijbaantje en stagevergoeding, terwijl de uitkering tot haar pensioen vervangend inkomen moet bieden.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat het dagloon volgens het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen is vastgesteld en dat het uitgangspunt het historisch dagloon is. Dit dagloon moet een redelijke afspiegeling zijn van het welvaartsniveau voorafgaand aan de arbeidsongeschiktheid. Niet-gerealiseerde toekomstverwachtingen mogen niet worden meegenomen, omdat dit afbreuk doet aan de eenvoud en helderheid van de regeling.
De rechtbank wijst erop dat het feit dat eiseres mogelijk niet meer kan werken en haar inkomen niet kan aanvullen geen bijzondere omstandigheid is die haar onderscheidt van andere IVA-gerechtigden. De stelling dat zij niet 'echt' is gestart op de arbeidsmarkt is niet nader onderbouwd. Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het bezwaar af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de hoogte van het dagloon is ongegrond verklaard.