ECLI:NL:RBZWB:2025:7597
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening bij opheffing blokkering uitkering
Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de beslissing van het college van burgemeester en wethouders van Terneuzen om de uitbetaling van haar bijstandsuitkering te blokkeren. Nadat het college de blokkering ophefte, trok verzoekster haar verzoek om voorlopige voorziening in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het college aan het verzoek was tegemoetgekomen door de blokkering op te heffen. Normaal gesproken leidt dit tot toewijzing van proceskostenvergoeding, maar een uitzondering kan worden gemaakt bij bijzondere omstandigheden.
In dit geval was sprake van bijzondere omstandigheden omdat verzoekster pas ruim anderhalve maand na haar terugkeer in de gemeente Terneuzen melding maakte bij het college, waardoor het onderzoek naar haar recht op uitkering pas later kon starten. Bovendien had verzoekster niet eerst contact gezocht met het college om de blokkering te bespreken voordat zij een verzoek om voorlopige voorziening indiende.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek om proceskostenvergoeding daarom moest worden afgewezen. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen wegens bijzondere omstandigheden.