Eiser heeft beroep ingesteld tegen het UWV omdat het niet tijdig heeft beslist op zijn bezwaar tegen een wijziging van zijn WIA-uitkering van 19 december 2024. De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden, ondanks ingebrekestelling op 23 juli 2025.
De rechtbank bepaalt dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het tekort aan verzekeringsartsen en het belang van zorgvuldigheid, wordt een termijn van vier maanden na verzending van het vonnis opgelegd. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag, met een maximum van €15.000, aan het UWV opgelegd voor elke dag overschrijding.
Daarnaast moet het UWV het griffierecht van €53 en proceskosten van €453,50 aan eiser vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 7 november 2025.