ECLI:NL:RBZWB:2025:7662
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen 2023
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) 2023, waarin het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is vastgesteld op basis van een forfaitair rendement. Zij stelt dat het werkelijke rendement moet worden gehanteerd, verwijzend naar het zogenoemde Kerstarrest.
De rechtbank heeft het beroep behandeld op zitting waarbij belanghebbende niet is verschenen, ondanks tijdige uitnodiging. De rechtbank beoordeelt of het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen te hoog is vastgesteld en concludeert dat het forfaitaire inkomen na aftrek van het heffingsvrije vermogen lager is dan het werkelijke rendement, waardoor de aanslag niet te hoog is.
Daarnaast is een dwangsom toegekend wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar. Omdat de maximale dwangsom al is toegekend, leidt het beroep hierop niet tot een gunstiger positie voor belanghebbende.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, handhaaft de aanslag en wijst het verzoek om terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2023 blijft in stand.