Eiseres heeft op 27 januari 2025 een aanvraag ingediend bij het UWV voor herbeoordeling van de arbeidsongeschiktheid van een ex-werknemer op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken beslist, waardoor eiseres op 27 mei 2025 een ingebrekestelling heeft gestuurd. Na het verstrijken van de ingebrekestelling heeft eiseres beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV niet binnen de beslistermijn heeft besloten. Hoewel het UWV verklaart dat de overschrijding te wijten is aan een tekort aan verzekeringsartsen en daardoor achterstanden bij het inplannen van spreekuren, acht de rechtbank een termijn van vier maanden redelijk om alsnog een besluit te nemen.
Daarnaast legt de rechtbank aan het UWV een dwangsom op van €100 per dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van €15.000. Het UWV wordt ook veroordeeld tot het vergoeden van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 11 november 2025.