ECLI:NL:RBZWB:2025:7685
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling UWV na intrekking beroep wegens tijdige beslissing
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door het UWV op haar aanvraag van 15 november 2024. Het UWV heeft echter op 2 april 2025 alsnog op de aanvraag beslist, waardoor verzoekster haar beroep op 17 juli 2025 heeft ingetrokken onder de voorwaarde van proceskostenvergoeding.
De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld te reageren op het verzoek om proceskostenveroordeling, waarop het UWV akkoord is gegaan. De rechtbank heeft zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek van verzoekster toegekend.
De rechtbank oordeelt dat het UWV aan verzoekster is tegemoetgekomen door alsnog tijdig te beslissen, waardoor het verzoek om proceskostenvergoeding gegrond is. Verzoekster krijgt een vergoeding van € 453,50, bestaande uit de kosten voor het indienen van het beroepschrift, exclusief het griffierecht.
De rechtbank wijst erop dat het griffierecht van € 385,- door het UWV moet worden vergoed en dat verzoekster zich hiervoor tot het UWV moet wenden. De uitspraak is gedaan op 11 november 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 453,50 aan proceskosten aan verzoekster.