De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Brabant om de machtiging voor gesloten jeugdhulp voor een minderjarige te verlengen tot 17 april 2026. De minderjarige vertoont ernstig verstoord gedrag en is kwetsbaar, waardoor verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk wordt geacht.
De kinderrechter heeft de stukken bestudeerd, waaronder eerdere machtigingen en adviezen van een onafhankelijke gedragswetenschapper. De gedragswetenschapper stemde in met een machtiging van drie maanden, maar de kinderrechter vindt deze termijn te kort gelet op de belangen en het inzicht van de minderjarige zelf, die aangeeft langer gesloten hulp nodig te hebben.
De ouders en minderjarige hebben hun standpunten toegelicht. De moeder uit zorgen over de regievoering door de GI en de inzet van behandelmethoden, terwijl de minderjarige aangeeft klaar te zijn voor een behandeling maar nog niet sterk genoeg om zelfstandig te wonen. De kinderrechter benadrukt het belang van voortvarende regie door de GI en het tonen van vertrouwen door de ouders in de professionals.
De machtiging wordt daarom verlengd tot 17 april 2026, met de mogelijkheid tot tussentijdse beëindiging als de minderjarige klaar is voor een volgende stap. De GI wordt opgedragen proactief te werken aan behandeling, alternatieven en de begeleiding van omgang tussen minderjarige en vader.