Eiseres diende op 10 maart 2025 een aanvraag in bij het UWV. Volgens de wettelijke termijn moest het UWV uiterlijk 6 mei 2025 een besluit nemen. Eiseres stelde het UWV op 6 mei 2025 per brief in gebreke, welke op 8 mei 2025 werd ontvangen. Na het verstrijken van de wettelijke termijn en de ingebrekestelling, bleef het UWV in gebreke.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Het UWV verzocht om een verlenging van vier maanden vanwege beperkte capaciteit en achterstanden bij verzekeringsartsen. De rechtbank acht deze termijn redelijk om een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen.
Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het griffierecht van €53 wordt aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 november 2025.