Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBZWB:2025:7702

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 november 2025
Publicatiedatum
10 november 2025
Zaaknummer
BRE 25/4351
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d AwbArt. 6:12 AwbArt. 102, derde lid, Wet WIA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rechtbank beveelt UWV binnen vier maanden beslissing te nemen na overschrijding beslistermijn

Eiseres diende op 10 maart 2025 een aanvraag in bij het UWV. Volgens de wettelijke termijn moest het UWV uiterlijk 6 mei 2025 een besluit nemen. Eiseres stelde het UWV op 6 mei 2025 per brief in gebreke, welke op 8 mei 2025 werd ontvangen. Na het verstrijken van de wettelijke termijn en de ingebrekestelling, bleef het UWV in gebreke.

De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat het UWV alsnog binnen een redelijke termijn moet beslissen. Het UWV verzocht om een verlenging van vier maanden vanwege beperkte capaciteit en achterstanden bij verzekeringsartsen. De rechtbank acht deze termijn redelijk om een zorgvuldige besluitvorming te waarborgen.

Daarnaast legt de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag dat het UWV de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Het griffierecht van €53 wordt aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 4 november 2025.

Uitkomst: Het UWV moet binnen vier maanden alsnog beslissen en betaalt een dwangsom bij overschrijding.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/4351

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 4 november 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat het UWV volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag van 10 maart 2025.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk gegrond is doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift, kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na die twee weken nog steeds geen besluit is, dan kan de betrokkene beroep instellen. [1]
Is het beroep kennelijk gegrond?
3. Het beroep is kennelijk gegrond. Eiseres heeft de aanvraag ingediend op 10 maart 2025. Het UWV moet binnen acht weken, na ontvangst van de aanvraag, beslissen op de aanvraag. [2] Het UWV had dus uiterlijk op 6 mei 2025 moeten beslissen. De termijn waarbinnen het UWV moet beslissen is inmiddels voorbij. Eiseres heeft het UWV op 6 mei 2025 in gebreke gesteld, ontvangen door het UWV op 8 mei 2025. Sinds 8 mei 2025 zijn twee weken voorbij gegaan.
Welke beslistermijn wordt aan het UWV opgelegd?
4. Omdat het UWV nog geen besluit heeft genomen, bepaalt de rechtbank dat het UWV dit alsnog moet doen.
4.1.
Op grond van artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb moet het UWV dit doen binnen twee weken na het verzenden van deze uitspraak. In bijzondere gevallen of als dit vanwege een wettelijk voorschrift nodig is, kan de rechtbank op grond van het derde lid een andere termijn geven of een andere voorziening treffen.
4.2.
In het verweerschrift van 29 september 2025 heeft het UWV uitgelegd dat er vanwege een beperkte capaciteit aan verzekeringsartsen en grote achterstanden nog geen herbeoordeling heeft plaatsgevonden. Het UWV heeft zijn primaire afdeling
Sociaal-Medische Zaken verzocht om zo spoedig mogelijk de herbeoordeling uit te voeren en een daaruit voortvloeiende beslissing af te geven. Het UWV kan nog niet inschatten wanneer hij een besluit kan nemen. Het UWV vraagt dan ook om een langere beslistermijn van vier maanden.
4.3.
Naar het oordeel van de rechtbank moet een termijn recht doen aan de reële mogelijkheden om op de aanvraag te beslissen, maar ook aan het belang om binnen afzienbare tijd een beslissing te ontvangen. Een langere termijn dan twee weken acht de rechtbank in dit geval aangewezen vanwege het belang van een zorgvuldige besluitvorming. In dit geval acht de rechtbank het redelijk dat het UWV vier maanden de tijd krijgt om alsnog te beslissen op de aanvraag.
Welke dwangsom wordt aan het UWV opgelegd?
5. De rechtbank bepaalt dat het UWV een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door het UWV. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt, het UWV de onder 4.3. genoemde termijn krijgt om alsnog een besluit te nemen en aan het UWV de onder 5. genoemde dwangsom wordt opgelegd.
6.1.
Omdat het beroep gegrond is, moet het UWV het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt die volgens de wet vergoed kunnen worden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt het UWV op binnen vier maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;
- bepaalt dat het UWV aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,- ;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 53,- aan eiseres moet vergoeden;
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van L.J. Sijtsma, griffier, op 4 november 2025 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Dit staat (onder andere) in artikel 6:12 van Pro de Awb.
2.Dit staat in artikel 102, derde lid, van de Wet WIA.